Vier redenen waarom we uitstelgedrag vertonen

M’n laatste blog dateert alweer van drie maanden geleden. Al even lang worstel ik met de gedachte dat ik vind dat ik weer een volgende blog moet schrijven. Vanwege allerlei redenen heb ik het schrijven steeds uitgesteld. Ik ben blijkbaar niet de enige: een op de vijf mensen blijkt aan ‘procrastinatie’ te lijden. Dit zijn de vier redenen die hier ten grondslag aan liggen.

Van mensen met uitstelgedrag wordt vaak gedacht dat ze lui en een gebrek aan discipline hebben. Dit zal voor een aantal mensen zeker kloppen. Maar om iedere uitsteller over een kam te scheren is te makkelijk. Er zijn namelijk verschillende redenen waarom mensen uitstelgedrag vertonen. Dit zijn de voornaamste:

1. Perfectionisme

Perfectionisten zijn vaak echte ras uitstellers. Dit komt omdat ze (zeer) hoge eisen aan hun werk stellen. Of het nu een blog, een rapportage of een project op werk is; het moet eerst aan hun hoge verwachtingen voldoen voordat ze hun werk pas opleveren. In het geval de opdracht complex is of het doel niet duidelijk geformuleerd is, zal de perfectionist constant aan het bijschaven zijn voordat het werk aan hun kwaliteitseis voldoet. Dit bijschaven kan veel tijd in beslag nemen.

2. Faalangst

Mensen met faalangst zijn in de regel bang voor een ding: de realisatie dat ze niet goed genoeg zijn. Het zelfbeeld is hun geval gekoppeld aan de resultaten die ze halen. Wanneer de resultaten niet goed zijn, dan vinden zij dat zij dat ook niet zijn. Zodoende ligt het voor de hand dat deze mensen werkzaamheden of andere confrontaties, die kunnen zorgen voor een negatief zelfbeeld, zoveel mogelijk vermijden of uitstellen.

3.   Te weinig pijn

Het zit, zoals in het vorige punt beschreven, in onze natuur dat we pijn willen vermijden. Toch zullen we een zekere mate van pijn moeten ervaren voordat we er iets aan doen. Deze pijngrens verschilt van persoon tot persoon. Sommige mensen gaan bij een sneetje al naar de huisarts, terwijl anderen pas na dagen van hoofd-, buikpijn of misselijkheid naar de dokter gaan – dan soms ook nog met tegenzin. Het ongemak is in sommige gevallen nog niet groot genoeg, waardoor het vinden van een oplossing wordt uitgesteld. 

4.   Instant gratification

Behalve het vermijden van pijn zijn we door ons reptielenbrein ook geprogrammeerd op het zoeken naar genot. Het te veel streven naar kortetermijngeluk of instant gratification kan ook een belangrijke aanleiding zijn voor ons uitstelgedrag. We kunnen letterlijk verslaafd raken aan geluksprikkels. Het gevolg is dat we niet-geluksprikkels zoveel mogelijk proberen te vermijden of uit te stellen. ‘Instant gratificators’ zullen zodoende eerst nog een een glas wijn drinken, een aflevering Netflix of een uurtje gaan sporten voordat ze aan moetjes zoals huishoudelijke taakjes beginnen. Vaak wordt dat ene glas of die ene aflevering worden vaak twee of drie, waardoor de huishoudelijke taakjes ook weer een dag vertraging oplopen.

Wat iedere uitsteller weet is dat je nooit een goed gevoel overhoudt aan uitstellen. De kritische gedachten blijven net zo lang in ons hoofd zitten totdat we er iets aan doen. Ontsnappen aan deze gedachten is erg lastig. Op de een of andere manier steken ze net tijdens onze ontspanningsmomentjes de kop ook. Het malen en de teleurstelling die hiermee gepaard gaan zorgen vaak voor stress en onrustig slapen. Dus hoe langer we zaken uitstellen, hoe onaangenamer het voor ons wordt.

Kortom, de enige echte oplossing is te accepteren dat niet alles leuk kan zijn en dat sommige dingen nu eenmaal moeten gebeuren. Het besef dat resultaten niets zeggen over wie je écht bent kan ook een verschil maken. Gelukkig geeft het afvinken van de ‘moetjes’ altijd wel een goed gevoel, waardoor je daarna met een extra goed gevoel dat serietje kan kijken of dat glaasje wijn kan inschenken!

Jasper